zondag 12 februari 2017

Tegenstellingen.

De afgelopen maand hebben we te maken gekregen met tegenstellingen, in de ruimste zin van het woord. Een zachte januari maand, februari met sneeuw en kou. Een groot land dat radicaal van beleid wisselt; van tolerantie naar onverdraagzaamheid, van zwarte naar witte president. De ingetogenheid van de dagen rond Kerstmis wordt gevolgd door de uitbundigheid en gekte van het Carnavalsleven. Het cocoonen en genieten van de lekkere zaken in het leven verglijdt ongemerkt in sporten en afzien; we moeten mee in de trend en zijn verplicht het ideaalbeeld van het grosso modo in stand te houden.
Het leven van mijn gelieven - en mezelf - zit op dit moment ook vol tegenstellingen. Ik sleep hen mee in een achtbaan die dan weer hoogtepunten berijdt maar even zo vrolijk de diepte in valt.
In de eerste weken van februari ben ik begonnen aan mijn behandeling. Die verloopt in stappen; slaagt een ingreep en ben ik (of liever gezegd, mijn lijf) 'goed' genoeg, dan gaan we voor de volgende. Alle ingrepen vinden plaats in een groot universitair ziekenhuis waarin ik nu dus regelmatig verblijf.
Een grotere tegenstelling kun je niet vinden: mijn cosy home; gezellige open ruimtes waar best hier en daar stof ligt, een zacht tweepersoons bed met een kleurrijk dekbed, een groen tuintje waar de eerste krokussen al zichtbaar zijn, weldadige rust en alles bij de hand wat ik maar kan wensen. Dé plek waar ik me zo thuis voel, geborgen, geliefd en warm.
Dat thuis moet het opnemen tegen een tijdelijke verblijfplaats. Industriële torenhoge gebouwen waarin je verdwaald. Waar de hardheid van het bestaan wordt gespiegeld in gecleaned RVS en iedereen er uit ziet alsof hij uit de kleedkamer van een of ander laboratorium komt. Zelfs de lucht ruikt er gedesinfecteerd. De kledingkleuren wit, groen en blauw overheersen, er wordt in file op liften gewacht. Gesprekken zijn soms amper te volgen door het gebruikte medische jargon en ik moet alles opschrijven om de regie in eigen hand te houden, zoals dat van een mondige patiënt wordt verwacht. Soms probeert men klanken van muziek te laten horen door de overal aanwezige luidsprekers, maar het bliepen, piepen, zoemen en suizen van apparatuur klinkt overal bovenuit. Ondanks de drukte en activiteit die dit alles uitstraalt voel ik me er op een eiland staan, alsof ik er niet bij hoor ...
Ik doe mijn best om alle ingrepen man- of in mijn geval vrouwmoedig te doorstaan. Ik voelde me nog gezond toen ik de eerste keer die grote draaideur door liep. Maar gaandeweg wordt mijn lichaam aangetast en afgebroken. De grote operatie noemt men gecompliceerd maar geslaagd. Door een waas van narcose hoor ik het de zaalarts tegen Manlief zeggen.
Is dit mijn planeet of ben ik ergens anders? Ik lijk een homp vlees die door slangen met piepende en steunende apparaten is verbonden, alle functies die ik normaal gesproken zelf uitvoer zijn overgenomen en ik lig 24 uur plat op mijn rug naar een klok te staren die maar niet vooruit wil lopen. Zo lijkt het...
Nog geen week later duwt Oudste me in een rolstoel naar buiten. Na een filevrije autorit van pak 'm beet twee uurtjes is daar weer mijn eigen vertrouwde bed. Heerlijk.
Tegenstellingen. Ik was gezond. Nu doodziek en nauwelijks in staat om deze letters op het scherm te voorschijn te typen. Mijn lijf moet nu herstellen en proberen op te krabbelen, weer gezond worden. Mijn geest moet uit de watten worden gehaald waar hij zich al die tijd in heeft verscholen. Als er over een paar maanden sprake is van een hersteld lijf ga ik wederom dezelfde behandeling in, op- en neer en nog een keer.
Ik geef me er maar aan over. Veel keus heb ik niet en ik heb aan den lijve ondervonden hoe de bewoners van het ziekenhuis hun uiterste best doen om het me zo aangenaam mogelijk te maken. Ik wil - en ga - ze niet teleurstellen.
Hun omgeving blijf ik als niet-natuurlijk zien, een fabriek waar door knappe koppen gesleuteld wordt aan mijn bestaan en dat ook uitvoert met de beste bedoelingen. Als ik daar in zo'n technisch smal ziekenhuisbed lig, me omhoog duw door op knopjes te drukken en lauwe thee drink door een rietje, waan ik me een buitenaards wezen. Dit is totaal niet wie ik werkelijk ben.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen