zondag 20 augustus 2017

Omaha, Utah, Juno, Gold, Sword ...

Als kind van ouders-die-de-oorlog-hebben-meegemaakt waren de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog nooit ver weg. In onze jeugd werden we er altijd naar verwezen, vooral als het leven even niet goed verliep. 'In de oorlog was het wel anders' ... 'wacht maar, tot het wéér oorlog wordt' ... 'wij gaan niet op vakantie naar die moffen!'... 'het gevaar komt uit het Oosten'... enz. Het waren van die geijkte zinnen die, naarmate we ouder werden, ons oor in- en uitgingen.
We leerden leven met de trauma's van onze ouders; opgelopen in die 5 lange jaren overleven tussen verwoesting en geweld. We luisterden met open mond naar hun heldenverhalen maar zwegen als zij tekenen van oorlogs-stress vertoonden. Soms begrepen we hun pijn en frustratie. Vaker nog vonden we die knap vermoeiend en - het afwijzend - stortten wij ons recalcitrant de nieuwe tijd in van de Rock en Roll.
Nu - ouder én zelf ouders - relativeren we die jaren, zijn Europeaan geworden en niet meer bang om over oorlogen te praten. Trauma's die wij als na-oorlogse generatie nog zouden ervaren, kunnen worden opgespoord en verwerkt.

Ik ben een geschiedenisfreak, tijdens mijn pubertijd was het mijn lievelingsvak op school en als ik op vakantie ga zoek ik plaatsen op met een rijke historie. Kennis van het verleden begrijpt het heden, zei mijn leraar eens, en ik geef hem gelijk.
Dit jaar hebben manlief en ik de Invasiestranden van Normandië bezocht. Ze waren me bekend; uit boeken, persoonlijke verhalen en van de film The Longest Day, die wij destijds als kind in de bioscoop mochten bekijken. En natuurlijk van de blijdschap op de gezichten van onze ouders als ze spraken over 'de bevrijding'. Het was er alleen nog nooit van gekomen die kusten van het Franse land te gaan verkennen en ik vond de tijd rijp om terug in het verleden te duiken nu de wereld weer in brand lijkt te staan.
Dit jaar hebben we er tijd voor genomen. En ik moet zeggen; Normandië heeft indruk op me gemaakt. Die goudgele zandvlaktes - blakend heet in de zon - waarop zo veel bloed is gevloeid. De inspanning om kunstmatige havens te maken die je in een storm even later dreigt te verliezen, terwijl honderdduizenden van je manschappen vechten om iedere meter strand. De voorbereiding die dit alles heeft gekost, in het diepste geheim ... en uiteindelijk de overwinning.
De caissons van die tijdelijke havens liggen bij vloed nog duidelijk zichtbaar in zee, als blijvende monumenten van kracht en vasthoudendheid. De bomkraters zijn terug te vinden in het huidige verstilde landschap en de bunkers van waaruit men beschoten werd worden nu betreden door in slippers en sandalen gestoken voeten van heel veel toeristen. Voeten die nog elke dag de vele begraafplaatsen in het gebied bezoeken.
Tussen de tienduizenden grafstenen - soms met een papiertje in de hand, zoekend naar een grafnummer waarin een familielid zijn laatste rustplaats heeft gevonden - worden er in serene rust en stilte bloemen gelegd. Slechts onderbroken door de Last Post bij het strijken van de vlag, elke dag weer.
En dan ... het uitzicht. De zon, die de kruizen een schaduw gaf waardoor hun aantal verdubbeld, zakt aan het einde van de dag als een bloedrode bal in de oceaan en zal er ook weer uit herrijzen, als de vogel Phoenix uit zijn as. Hoeveel soldaten hebben dat zelfde beeld gezien? Denkend aan huis en haard, de strijd vervloekend en met de dood voor ogen?

Elk dorp, stadje of gehucht in die regio heeft zijn eigen verhaal, zijn eigen herinneringen en een eigen museum waarin vondsten van het slagveld zijn tentoongesteld waarmee verhalen levend worden gehouden en doorgegeven. De Tweede Wereldoorlog is in Normandië nog altijd beeldbepalend aanwezig, ook bij de na-oorlogse generaties. Kinderen spelen op het strand tussen de overblijfselen van verdedigingswerken, tieners en adolescenten leiden toeristen rond in musea en helpen graven te onderhouden. Het was prettig om te zien dat er nog steeds veel ouders met kinderen rondlopen om die gruwelijke jaren 40-45 in herinnering te houden en door te geven aan volgende generaties. Toch zag ik ook een ander beeld.

Zowat alle woongemeenschappen in dat gebied drijven - economisch gezien - op het toerisme van de invasiestranden. En van dát alleen. Andere activiteiten vind je er nauwelijks en dat is zorgelijk voor hun toekomst. Jongeren trekken weg uit de dorpen. Er is leegstand, al worden sommige huizen wel als vakantiewoningen verhuurd. Maar met het verstrijken van decennia verflauwt de aandacht voor het verleden. Logisch en onomkeerbaar.
De kleine musea sterven een langzame dood. Het zijn er te veel. Je kunt als toerist niet elk detail gaan onderzoeken dus moet je keuzes maken. De glans is er af, ze worden stoffig. Voor elk gevonden item of verhaal wordt entree gevraagd en soms bekroop me het gevoel dat men de gebeurtenissen uit het verleden exploiteert en toeristen uitknijpt, als laatste poging om overeind te blijven.
Naarmate de tijd verstrijkt blijven er steeds minder betrokkenen over die persoonlijk en aan den lijve die vreselijke oorlog hebben meegemaakt. Het beeld van in uniform gestoken, onderscheidingen dragende oude knarren die hun maten opzoeken en saluerend klaprozen leggen op hun graf, verdwijnt. De soldaten van toen zijn de negentig gepasseerd. Ik heb er welgeteld één gezien, omringd door zorgzame familieleden. Met tranen in zijn ogen nam ook hij waarschijnlijk voor de laatste maal afscheid van de plaats waar zoveel herinneringen aan kleven.
De grote musea zoals in Arromanches en Museum Overlord in Colleville-sur-Mer die nieuw, modern en gelikt zijn zullen trekkers blijven. Ze geven een gedegen overall beeld van wat er zich in die regio aan het eind van Wereldoorlog II heeft afgespeeld. De begraafplaatsen zullen ons eeuwig wijzen op de waanzin en zinloosheid van oorlogen. Het zijn plekken om te mijmeren, te gedenken, een traan te laten, bloemen te leggen en in het gastenboek te schrijven; alstublieft, laat er niet nog meer velden vol witte kruizen bijkomen op deze wereld. Het is genoeg geweest ...

Normandië zal altijd het stempel van de Invasiestranden met zich meedragen. Maar zich terug blijven trekken en verschuilen achter de oorlogstijd geeft het gebied geen toekomst. Men zal andere bronnen moeten gaan zoeken en dat wordt een forse klus.
Naast deze overweging vol zorgen en verdriet blijft Normandië natuurlijk een prachtstreek om op vakantie te gaan!




 

zaterdag 15 juli 2017

Help! Mijn kledingkast ...

Help! Mijn kledingkast puilt uit, maar ...

Hoe vaak speelt deze gedachten door het hoofd van een vrouw? Door het mijne in ieder geval wel.
Mijn kledingkast werd het laatste half jaar behoorlijk gemeden. Er is werktuiglijk materiaal uitgehaald, gewassen, gestreken en weer terug gepropt. Iedereen heeft er in gerommeld omdat er momenten waren dat ik dat door mijn ziekzijn amper zelf kon. En dat is te merken aan slordige stapels kleding, volle lades en een hanggedeelte waar je tussen de bomen het bos niet meer ziet. Kortom: verwaarlozing! En dat schreeuwt om actie!
Ik zie niet meer wat er werkelijk in die kast hangt en ligt, dus begin op mijn dooie gemak met het  opruimen ervan. Het heeft geen enkele zin om snel te werken. Ik heb gelukkig genoeg tijd en wil het grondig aanpakken anders sta ik over een paar maanden weer met ergernis voor die deur.
De kleinste laden worden het eerst uitgemest. Rigoureus belandt alles wat ik de afgelopen jaren niet aan heb gehad in de bekende weggeef-kleding-zak. Kleding die te versleten en verwassen is om nog te worden gedragen verdwijnt in de kliko.


Nou behoor ik tot de categorie bewaarders. Bovendien ben ik niet zo’n trendvolger in de mode, geef mij maar mooie klassiekers die lang doorgedragen kunnen worden. Bij kleding opruimen denk ik altijd; ‘dat komt vast nog wel eens van pas’  en ‘toch zonde om weg te doen’, kortom; smoesjes te over.
Maar dit keer heb ik me niet laten foppen. Daar komt bij dat mijn lijf er nu anders uitziet qua proporties, ik regelmatig jojo met m’n gewicht vanwege medicijngebruik en op sommige plekken aan mijn lichaam geen strakke kleding kan verdragen.
Dat zijn problemen die verre van leuk blijken als je ’s ochtends voor je spiegel staat, niet weet wat je aan moet trekken en iets te voorschijn haalt wat dan bij nader inzien toch niet past.
Dus kledingstukken die niet lekker meer zitten, te groot of te klein zijn, worden verbannen naar de zak.
 
Er schijnt wat licht in de duisternis, met de laden schiet het op. Maar het hang- en leggedeelte van mijn - weliswaar grote, maar niet inloop -kast stribbelt tegen. Want daar bevinden zich zaken die ik zelf heb gemaakt. Met veel geduld, energie en uithoudingsvermogen heb ik getekend en geplakt, geknipt en genaaid om tenslotte trots te dragen. Mijn eigengemaakte kledingstukken zijn net kindjes … en daar is het moeilijk afscheid van nemen.
Kleding die echt zwaar uit de mode is  en als hobbezak rond mijn lichaam hangt gaat uiteindelijk toch de zak in, maar een aantal ‘gevallen’ blijft voor de zekerheid hangen… Je weet het maar nooit!

Ik mijmer na de zoveelste blik op de overvolle planken. Als ik dit jaar makkelijke kleding mee wil nemen op vakantie, moet ik toch echt snel aan de bak. Passende shirtjes, tuniekjes en jurkjes, die ga ik beslist tekort komen deze zomer. Exemplaren van niet-kreukende stoffen, snel te wassen en te drogen. Daar focus ik op. Ik kan ze natuurlijk kopen, maar op dit moment heb ik geen puf om eindeloos in winkels te moeten zoeken naar items die me passen. Om vervolgens tot de ontdekking te komen dat ik zelf makkelijk twéé exemplaren kan maken voor de prijs die men voor één enkel kledingstuk vraagt. Tja, ik ben zuunig én gierig… wat dat betreft.
Een (kerst)cadeau-abonnement op een patronenblad heeft gezorgd voor een stapel inspiratie op mijn naaitafel.  Ze liggen er al een tijdje. Maagdelijk, nog nauwelijks ingekeken tijdschriften. Zo zonde!
In plaats van verder te gaan met mijn kasten op te ruimen begin ik te bladeren.  En warempel ... ik krijg enorme zin in het fabriceren van een stapeltje nieuwe kledingstukken die nog net in mijn pas opgeruimde lades gaat passen. Een bezoek aan Internet-plekjes die een link hebben met zelf mode maken doet de rest; ik voel de naai-honger!
En ik ontdek een mazzeltje;  mijn stoffenwinkel houdt toevallig uitgerekend nu een summer-sale!  Een uitgelezen moment om bij te tanken wat stoffen betreft. De gedachte dat juist dát voornemen gevaarlijk is voor het gewicht in mijn kledingkast schuif ik vrolijk van me weg.
Mijn Paffje heeft een uitgebreide servicebeurt gehad terwijl ik bedlegerig was, hij kan er weer vol tegen aan. En ik? Ik verdwijn een aantal dagen naar mijn naai-holletje en trap het gaspedaal lekker in. Met als resultaat de kleding op bijgaande foto’s.
In plaats van kledingzakken staat er nu een goedgevulde vakantiekoffer klaar in de gang.

We zijn er weer …!



Mijn laatste blogbericht was er eentje die men niet van mij gewend is.  Een beetje negatief. Nu, bijna zeven maanden later gaat het weer goed met me. Toch was het een heftige periode waarin ik alle tijd en aandacht heb moeten geven aan het feit dat ik ziek ben en daarvoor toch echt behandelingen nodig had.
Vier maanden lang was dat mijn dagtaak, de resterende tijd heb ik doorgebracht met mijn gelieven, die het ook zwaar te verduren kregen. Mijn hobby’s hebben even moeten wijken, aan schilderen, schrijven en kleding maken kwam ik niet meer toe.
Er zijn dagen geweest die kropen … er zijn er ook omgevlogen. Een bizarre tijd met avontuur en ontdekkingen, een beetje schizofreen, geest en lichaam gescheiden, berusting en opstandigheid, verdriet, hoop en lachen.
Ik weet donders goed dat ik niet meer beter kan worden, maar de twee experimentele behandelingen hebben in zoverre succes gehad dat de kleine tumoren in mijn lever voorlopig zijn gestopt met groeien. We hebben in ieder geval tijd gewonnen.
Zo’n kankerbehandeling hakt er wel even in. Bij mij voelde het lichamelijk  als een griepje – ik heb geen pijn gehad, kon me redden met paracetamolletjes – maar mijn lichaam gaf het wél bijna op. Zonder dat ik het zelf écht doorhad en ook niet voelde. Dat werkt toch heel vreemd als je geest zoiets heeft van  ‘ach, dat doen we even, niet mauwen maar poetsen, zie je wel, positief denken heeft echt wel nut’!  Dat positivisme was prima maar verhulde ook wat … de toestand van mijn lijf vertelde een heel ander verhaal en dat gaf extra zorgen.
Toch is alles nu onder controle en ben ik bijna zover dat ik mijn oude vertrouwde leventje weer op kan pakken. Op de vermoeidheid na en met een gelouterd inzicht op het leven. Dankzij de steun van mijn gelieven, alle medici en wetenschappers en niet te vergeten de lotgenoten waarmee ik chat en facebook, kan ik verder.
De komende maanden mogen we van de vakantie gaan genieten. Mijn lijf heeft straling genoeg gehad en moet even pas op de plaats maken voordat er weer met röntgen- of magneetstraling op losgeschoten kan worden. Dus manlief en ik kunnen lekker gaan genieten van ons kampeermiddel op wielen zonder dwingende bezoeken aan de universiteitskliniek, bloedprikken en uren plat liggen. Onze kinderen en hun gezinsleden kunnen eindelijk lekker hun eigen gang gaan zonder de  verplichtende zorg en ondersteuning. Ook hún leven stond vaak onder druk en op z’n kop tijdens het afgelopen half jaar.
Als het maar even kon zijn manlief en ik in de maanden die achter ons liggen er op uit getrokken. Uit de sleur en ellende breken en een moment van ontspanning zoeken. De boel de boel laten en proberen je hoofd leeg te maken en de kanker vergeten. Dat was ook belangrijk voor mijn helingsproces.  Een aantal weekenden, en zelfs een twee weken durende voorjaarsbreak; als manlief vrij had van zijn werk, gingen we toeren. We recreëerden voornamelijk dicht bij huis, op de voorjaarsvakantie na. Begin april hadden we genoeg van  de regenperiode en behoefte aan zon. We  zijn die in Frankrijk gaan halen ... niet alleen voor onszelf, maar voor iedereen want toen we terug waren brak in Nederland de mooie zonnige tijd aan.
 We hebben ontdekt dat Nederland druk en vol is, maar ook heel veel mooie plekjes kent. Dat we in het verleden een waterlinie hebben aangelegd die amper is gebruikt en eigenlijk zinloos was. Dat een oorlogsmuseum helaas nog wordt uitgebreid met materiaal van gevoerde strijd, waar ook ter wereld.
We kwamen er achter dat de Moezelvallei vol stroomt met wijn en vakantievierders, maar dat de vergrijzing daar de zaak verpaupert. We hebben ondervonden dat je soms ver moet rijden wil je de zon in de zee zien zakken. Dat St. Tropez op zich een leuk plaatsje is maar dat het wordt verpest door al dat ge-ëtaleer van rijkdom en decadentie.
Al met al hebben de afgelopen maanden mij veel opgeleverd. Ik relativeer meer, ben tevreden met datgene wat ik nu heb, geniet van alle lieve mensen om me heen die het verdienen eens extra in het zonnetje te worden gezet, want dankzij hen kan ik weer blogberichtjes schrijven ...

zondag 12 februari 2017

Tegenstellingen.

De afgelopen maand hebben we te maken gekregen met tegenstellingen, in de ruimste zin van het woord. Een zachte januari maand, februari met sneeuw en kou. Een groot land dat radicaal van beleid wisselt; van tolerantie naar onverdraagzaamheid, van zwarte naar witte president. De ingetogenheid van de dagen rond Kerstmis wordt gevolgd door de uitbundigheid en gekte van het Carnavalsleven. Het cocoonen en genieten van de lekkere zaken in het leven verglijdt ongemerkt in sporten en afzien; we moeten mee in de trend en zijn verplicht het ideaalbeeld van het grosso modo in stand te houden.
Het leven van mijn gelieven - en mezelf - zit op dit moment ook vol tegenstellingen. Ik sleep hen mee in een achtbaan die dan weer hoogtepunten berijdt maar even zo vrolijk de diepte in valt.
In de eerste weken van februari ben ik begonnen aan mijn behandeling. Die verloopt in stappen; slaagt een ingreep en ben ik (of liever gezegd, mijn lijf) 'goed' genoeg, dan gaan we voor de volgende. Alle ingrepen vinden plaats in een groot universitair ziekenhuis waarin ik nu dus regelmatig verblijf.
Een grotere tegenstelling kun je niet vinden: mijn cosy home; gezellige open ruimtes waar best hier en daar stof ligt, een zacht tweepersoons bed met een kleurrijk dekbed, een groen tuintje waar de eerste krokussen al zichtbaar zijn, weldadige rust en alles bij de hand wat ik maar kan wensen. Dé plek waar ik me zo thuis voel, geborgen, geliefd en warm.
Dat thuis moet het opnemen tegen een tijdelijke verblijfplaats. Industriële torenhoge gebouwen waarin je verdwaald. Waar de hardheid van het bestaan wordt gespiegeld in gecleaned RVS en iedereen er uit ziet alsof hij uit de kleedkamer van een of ander laboratorium komt. Zelfs de lucht ruikt er gedesinfecteerd. De kledingkleuren wit, groen en blauw overheersen, er wordt in file op liften gewacht. Gesprekken zijn soms amper te volgen door het gebruikte medische jargon en ik moet alles opschrijven om de regie in eigen hand te houden, zoals dat van een mondige patiënt wordt verwacht. Soms probeert men klanken van muziek te laten horen door de overal aanwezige luidsprekers, maar het bliepen, piepen, zoemen en suizen van apparatuur klinkt overal bovenuit. Ondanks de drukte en activiteit die dit alles uitstraalt voel ik me er op een eiland staan, alsof ik er niet bij hoor ...
Ik doe mijn best om alle ingrepen man- of in mijn geval vrouwmoedig te doorstaan. Ik voelde me nog gezond toen ik de eerste keer die grote draaideur door liep. Maar gaandeweg wordt mijn lichaam aangetast en afgebroken. De grote operatie noemt men gecompliceerd maar geslaagd. Door een waas van narcose hoor ik het de zaalarts tegen Manlief zeggen.
Is dit mijn planeet of ben ik ergens anders? Ik lijk een homp vlees die door slangen met piepende en steunende apparaten is verbonden, alle functies die ik normaal gesproken zelf uitvoer zijn overgenomen en ik lig 24 uur plat op mijn rug naar een klok te staren die maar niet vooruit wil lopen. Zo lijkt het...
Nog geen week later duwt Oudste me in een rolstoel naar buiten. Na een filevrije autorit van pak 'm beet twee uurtjes is daar weer mijn eigen vertrouwde bed. Heerlijk.
Tegenstellingen. Ik was gezond. Nu doodziek en nauwelijks in staat om deze letters op het scherm te voorschijn te typen. Mijn lijf moet nu herstellen en proberen op te krabbelen, weer gezond worden. Mijn geest moet uit de watten worden gehaald waar hij zich al die tijd in heeft verscholen. Als er over een paar maanden sprake is van een hersteld lijf ga ik wederom dezelfde behandeling in, op- en neer en nog een keer.
Ik geef me er maar aan over. Veel keus heb ik niet en ik heb aan den lijve ondervonden hoe de bewoners van het ziekenhuis hun uiterste best doen om het me zo aangenaam mogelijk te maken. Ik wil - en ga - ze niet teleurstellen.
Hun omgeving blijf ik als niet-natuurlijk zien, een fabriek waar door knappe koppen gesleuteld wordt aan mijn bestaan en dat ook uitvoert met de beste bedoelingen. Als ik daar in zo'n technisch smal ziekenhuisbed lig, me omhoog duw door op knopjes te drukken en lauwe thee drink door een rietje, waan ik me een buitenaards wezen. Dit is totaal niet wie ik werkelijk ben.


zaterdag 21 januari 2017

Knikkeroog ... niet te stoppen rolt hij verder...

Tja, daar zit je dan ... huilend op je bed, wanhopig, kwaad, teleurgesteld en met pijn in je hart. We hebben zojuist de uitslag van mijn controle in het ziekenhuis te horen gekregen. De afgelopen vier jaar heb ik altijd opgelucht kunnen ademhalen maar 2017 begint voor mij en mijn gelieven heel erg slecht.
Vier jaar lang heeft de kanker zich rustig gehouden, zich onzichtbaar gemaakt in mijn lijf, slapende. Maar nu laat hij zich ongenaakbaar zien door een aantal kleine uitzaaiingen in mijn lever, gegroeid in amper drie maanden. Wie zei ook al weer dat kanker een sluipmoordenaar is? Zijn verschijning voelt als een goed gerichte mokerslag.
Toen er destijds een oogmelanoom bij mij werd ontdekt en ik het oog daardoor kwijt raakte, wisten we dat er kans was op uitzaaiing. Deze agressieve vorm van melanoomkanker doet dat vaak na tientallen jaren  nog. Daarom was het altijd weer een spannend weekje als ik naar het ziekenhuis was geweest om de boel te laten checken en daarvan de conclusies kreeg te horen. Vier jaar lang hebben we opgelucht kunnen ademhalen en mocht ik me de uitzondering op de regel voelen. Nu zijn we er stil van.
Ik word niet meer beter, sterker nog, ik ben een palliatieve patiënt geworden met vanaf nu een slechte prognose voor een lang leven. Altijd roepend dat ik minstens honderd word moet ik die belofte breken, ik haal mijn pensioengerechtigde leeftijd waarschijnlijk niet eens.
Als je me ziet oog ik als een vitale bijna-zestiger, ik sport, ben actief en er is niets aan me te zien. Men merkt zelfs de oogprothese niet op die ik draag en ik heb buiten mijn slechtziendheid geen klachten.
Toch blijkt nu dat ik doodziek ben. Ik voel geen pijn, maar ik heb pijn. Pijn die dwars door mijn hart en ziel heen bijt.
Er zijn geen goede behandelingen beschikbaar die de metastasen in mijn lever aan kunnen pakken. Er rest mij slechts deelname aan experimentele behandelingen in de hoop dat die de groei van tumorcellen nog enigszins kunnen remmen. Letterlijk proefkonijn worden voor de wetenschap; in de hoop dat lotgenoten na mij er nog enig profijt van kunnen hebben. Hardwerkende medici zullen al het mogelijke doen om mijn leven te verlengen, daar ben ik van overtuigd, ik heb vertrouwen in hun kennis en kunde, maar toch ...
Het slechte nieuws hakt er behoorlijk in, zowel bij mij, als bij mijn familie en vrienden. Goed beschouwd mag  ik niet mopperen. Ik heb met hen toch maar mooi vier mooie jaren mogen meemaken!
Mijn knikkeroog gaat weer rollen. Deze keer niet op een vlakke ondergrond, maar op een schuin naar beneden gerichte weg waar hij uiteindelijk zal eindigen in een diepe zwarte put.
Na enige weken verdriet en zwartgalligheid krabbel ik langzaam op. Binnen zeer korte termijn ga ik de behandelingen starten. Samen met manlief ben ik bezig met de voorbereidingen. Je weet wel, zaken zoals de boel opruimen, wat nette kleding aanschaffen die je in een ziekenhuis met goed fatsoen kunt dragen en daar ook functioneel is. Afspraken maken over allerlei praktische dingen die spelen wanneer ik een tijdje niet zo fit zal zijn. Mensen te woord staan die belangstellend vragen hoe of wat er allemaal gaande is. Je hebt het druk als je kanker hebt, ik heb dat al eens eerder gezegd.
We brengen veel tijd met onze gelieven door. Kostbare tijd die bij voorbaat niet wordt gevuld met negativiteit, maar met humor en hoop. Zelf probeer ik de alledaagse dingen gewoon op me te nemen, ik schrijf nog steeds, ik naai en ik schilder. Mijn schildersezel en naaimachine kunnen niet mee het ziekenhuis in, maar pen en papier wel. Ik neem het me vast voor: dit is NIET mijn laatste blogbericht!

Kostumering

Voor de liefhebbers van textiele werkvormen hierbij nog een paar foto's van een aantal theaterkostuums die ik heb gemaakt voor een voorstelling december 2016.  Besproken in een eerder bericht.








zondag 1 januari 2017

Tijd.

Het is aan mijn blog te zien, de laatste maanden van 2016 waren hectisch en druk. Niet altijd in negatieve zin maar ik kwam er niet toe om in alle rust een blogbericht te schrijven. Dat had verschillende oorzaken.
Zoals inmiddels bekend ben ik het hele jaar bezig geweest met het vervaardigen van kostuums voor een theaterproductie. Wat in eerste instantie een simpele klus leek, monde uit in één grote stressvolle bezigheid met telkens weer onverwachte veranderingen en aanpassingen.
Mijn huis leek op een ontplofte stofbom met overal glitters, pluizen en rondslingerend materiaal. De extra slaapkamer werd maandenlang bezet door rekken met kleding. De ruimtes in huis die door mijn Oudste regelmatig worden gebruikt als tijdelijke verblijfplaats waren omgebouwd tot paskamers. Wat één kostuum zou zijn ... werd op een gegeven moment de aankleding van een hele productie! Tja, soms loopt een repetitieproces nu eenmaal niet op rolletjes.
Ik heb veel meer tijd achter de naaimachine moeten doorbrengen dan gepland. Bovendien deed ik in dit toneelstuk zelf mee en moest teksten leren. Niet veel, maar genoeg om ervan in de stress te schieten. Alles moest af zijn op Sinterklaasavond want de dag er na vond de generale repetitie plaats. De Goedheiligman kon daardoor ons huis niet meer binnen, dus die is dit jaar schielijk, inclusief knecht voorbijgelopen.
Tussen mijn privévoorbereidingen voor de Kerstdagen door hebben we uiteindelijk zes succesvolle voorstellingen gegeven, met nagenoeg uitverkochte zalen. Met een verrassing aan het einde; tijdens de laatste voorstelling werd ik gehuldigd. Dat heb je als je ouder wordt en men er achter komt dat je al veertig jaar verbonden bent aan een theatergezelschap. De decembermaand werd daardoor extra feestelijk.

En een beetje feestgevoel kon ik wel gebruiken. Het nieuws omtrent mijn gezondheid (zie bericht oktober) bleek me toch behoorlijk bij de strot te grijpen. In eerste instantie ben ik er vrij relaxed mee om gegaan, maar toen mijn lijf nog een paar andere mankementen begon te vertonen, kon ik mijn bezorgdheid niet meer weglachen.
Het feit dat je drie maanden lang niets anders kunt doen dan afwachten, hakt er geestelijk in. Niet dat ik nu lijd aan een depressie of zo, maar de druk van de tijd en de bestaande onzekerheid over mijn levensverwachting kan ik niet vergeten. Het blijft spannend om een chronische kankerpatiënt te zijn, je komt nooit los van je ziekzijn ook al doe je je best om het doosje 'kanker' naar de achterste planken van je denkwereld te schuiven. Sinds mijn bemoeienis met Stichting Melanoom weet ik meer van mijn ziekte, ik ken de verwachtingen, de mogelijk- en onmogelijkheden en besef dat dit 'weten' nu in mijn nadeel werkt.
Wat ik in de afgelopen maanden van drukte, stress en  ongemak wel heb geleerd is dat ik niet alles aan moet pakken - ook al zou ik het graag willen - die tijd is voorbij. De gelieven rondom mijn persoontje merkten het ook en hebben me meermaals terecht gewezen; ik balanceerde op het randje van overspannenheid. Gelukkig komt er nu een einde aan deze drukke periode en krijg ik binnen een paar weken meer te horen over de situatie rondom mijn oogmelanoom.
De Kerstdagen hebben we met ons hele gezin doorgebracht, met als ultiem lichtpuntje de capriolen van Kleine Zoon. Oudste heeft inmiddels ook een geliefde gevonden en dat maakt onze familie compleet.
Op Oud en Nieuw zijn manlief en ik lekker thuis gebleven. Op mijn verzoek zonder toeters en bellen, en vooral niemand om me heen die kan zeuren of -goed bedoeld- vraagt hoe het met me gaat. Blijkbaar heb ik periodes van bezinning, rust en afwezigheid nodig om niet-aangename zaken goed te verwerken.
Zittend op de bank - in alle rust ontdekkend dat je nooit in de prijzen valt met wat voor loterij dan ook - heb ik mijn batterijtje weer opgeladen, klaar voor avonturen die komen gaan..  


Een nieuw jaar: 2017

2016 is te snel voorbij gerend
door een wereld vol strijd, stress en onbehagen,
angst, pijn, verdriet en andere lasten om te dragen.
Laten we samen dit jaar voorgoed verjagen!

2017 moet toch kunnen wandelen
met open blik, uitgestoken hand en een vriendelijke gebaar,
‘touwtje uit de brievenbus’, wat extra aandacht voor elkaar?
We vragen daarom tijd aan het nieuwe jaar!

 



Wij wensen iedereen een gezond en tijdloos 2017!